Er staat geen maat
meer op mij niemand
kan me stoppen
op 's heren wegen
door het bergland
van mijn gedachten
de dalen zijn er vaak
kaler dan de toppen
als de korte metten gemaakt
zijn in dit fraaie landschap
kan ik alleen mezelf foppen
met het boeiend vergezicht
dat nergens bestaat en dat
ik toch hoor kloppen
in het ritme waarin het hart draalt
als het drentelt in eigenrichting
beneden en boven samen soppend
ingesleten als rivieren van dag en
nacht op dezelfde plaats zijn je kunt
je mag de boontjes doppen en
als jij ze snijd voel ik de pijn.