Je slijt je leven als
een kaarsenbrander
constant in de weer
stroopt je de huid af
struint wat in de geest
van wankelt en keert
op de schreden terug
je schuinbekt als een beest
sist als een ratelslang en
komt pas tot staan oog in
oog met een vlam hoe je
afwacht tot de zon zal
ondergaan om dan je
slag te slaan je giftige
woorden je messen
in de rug de lijken
die je achterlaat
ik zie jou graag daar
waar de spoken van
slachtoffers je zullen
belagen het uur van de
waarheid het vuur van
duizend kaarsen dat
sensueel aan je huid likt
waar de nacht en de dag
niet van elkaar verschillen
waar je niets meer te
wensen hebt en niets
meer te willen.