Hij staart wat omhoog De hemel is donker Kijkt naar een gele ronde Bol hij noemt de bol Maan opdat zij schijnt Terwijl het nacht zal zijn. Maan de moeder van Haar armen wier stralen Sneden in zijn ziel kerven Bloedige sneden de wens erfde De vader van zijn gedachten De rest was karakter. Zijn nieuws is het Pauzenummer van de Werkelijkheid geen Mens die het weten wil Het mooier maken van een Omgeving begint bij het Benoemen van het levenloze En het daardoor bezielen Want naam geven, is zin geven.