De kat kijkt naar De letters op het scherm Zij kijkt naar de Beweging van mijn handen Ze luistert naar het Vlieden van gedachten Zo zit zij in tegenlicht. De kat buigt van mij af Zij heeft haar gedachten En ze volgt mijn vingers alsof Zij dit gedicht schrijft En de woorden komen tevoorschijn Uit de diepte van negen levens De kat is zelf een muze De kat sluipt over het balkon Zij ziet de vogel als een snack Die je deelt ze springt ze Bijt de vogel gracieus in de nek Het lijkje neemt ze mee naar Binnen trots is zij en trotser Nog legt ze de vogel voor me neer Nodigt me uit mee te eten. De kat wast zich Zij likt aan haar staart En ook aan mijn broek Dan vlijt ze zich neer op Een hoek van de bank Haar tong schraapt En haar vacht glanst Deze kat is een muze En ik? Ik beschrijf Slechts wat ik zie.