Matige ogen priemen Prangende vragen Stellen pratende Hoofden hun lekkende Neuzen wat reukloze Noten het geven En nemen en gokken Op uitkomst het Immer batig saldo Van de advocaat in Kwade zaken Een vriendelijke Chinese vrouw Hielp hem zij Gaf hem eten en Vroeg: leidraad bij Hij nam en gaf haar Graag aan er gonsde De woorden waaruit De leidraad bestond Waren niet uitgumbaar Stadslegendes zijn Geschreven in die Woorden van schijn En wezen waarmee Dichters zich vermaken Voor ze naar de vaantjes Gaan er gonst de belofte Van de knisperende zakjes Waarin het eten zit de Lege ogen lege magen Waarin dat eten zal Verdwijnen hij wil Meevallen en opstaan Een breedbekkikkerslach Op zijn tronie hij zal de Dag van zijn aanslag met vreugde zien aankomen.