De gedachten springen Rond als konijnen Voor de kogels Van een jager Hoe ze ook dansen Of ze wel of niet springen Als de gedachte raak is Zal het konijn terstond vervagen Gelijke kansen Gaan en komen Springen en stilstaan Heel even sloom en De kogel slaat in De jager hij wint. In de tussenruimte Van al dat geweld Loopt een droomkonijn Dat een kogel niet velt In de ruimte die De kogels scheidt Daar heerst de droom Over de realiteit.
