Als ik vanuit den hoge Jouw boomtoppen bekijk, Dierbare omgeving, waarin Ik woon, dichtgetimmerd, Restanten van een oud rijk Dat dacht zijn schaapjes op Het droge te hebben. Je fronst. Textielgeur stijgt hier uit de grond Textuur van het uit de kluiten Gegroeide dorp, een vorm waarmee Men varieert, op de keper beschouwd Een voorwerp waaraan men Beschaaft en verbouwt. Ik bekijk het als een hoge boom, Zie in de stad een parasiet Dierbare omgeving waarin ik woon Jij bent het monster niet, Maar je slokt het kleinere rijk Zonder mededogen op, je slokt op.
