Nesim, ik noem je zo, Hoewel je duizend andere Namen hebt. Wij, borelingen Van een volgende eeuw, zijn Opnieuw te vroeg geboren. De wereld lijkt ons Vreemd en oud, alsof We alles al eens eerder Zagen en die herhaling Weer begint te vervelen. Zag je de schaduwen Opdoemen over jouw land, Zag je de spanning Stijgen, waarom werd ook Jij overvallen? De zon gaat op en onder In Tuzla, de schaduwen Zijn er -tegen alle verwachtingen in- Op afstand gebleven, het Lijkt er vredig (zag je daarom niks?) Nesim, ik noem je bij de Naam die je het minste past, Maar die desondanks de jouwe Is. Daar kan geen schaduw Iets aan vervreemden. Het stemt je hoopvol, Nesim, Dat wij bij jou op bezoek zijn Geeft je hoop. "Nu kan het niet Meer slecht gaan met Bosnië," Lijken je ogen te zeggen. Zag en zie je de donkerste schaduw Dan niet, of ben je er niet bang voor, Heb je elk gevolg al overzien en Is elke weerstand overbodig?