Zoemt het bij de blauwe lucht de droeve blik voorbij het kotsen in een emmer hoort dus blijkbaar ook daarbij 't is dat fijne ongetemde van de jeugd zo fris en vrij en als de nagtegaal de hamer draagt heeft de mus een jointje bij waarna het zoemen steeds meer toeneemt tot de maag ofwel de lever geen plengoffers meer wil en besluit iets terug te geven en de emmer ja de emmer komt zo ook nog wel van pas voor een kwart gevuld met kots waardoor zichtbaar wordt wat was.