Onfortuinlijk
Gedrenkt in de eenzaamheid, verbogen ijzeren smoel
Geveinsd tegen gezapigheid, verbond tegen gevoel
De leeghoofdjes kaalgeplukt, terwijl iedereen het zag
Het holle land ligt afgerukt in schier zelfbeklag.
Wie de grootste bek heeft, praat van winnaars en
verliezers
Wie verschrompelde tot niets, is ineens in staat tot
kiezen
De onfortuinlijke, hem deert het niet, hij schrijft
nog slechts in raadsels
Wanneer men het aan hem vroeg, dan noemde hij het
staatsschuld
Dus zeg nog eens iets linkers of verzin een keer wat
flinks
De woorden worden klinkers en hun betekenis slinkt
Want hoe je 't ook wendt en hoe fout het ook klinkt
Er is gestorven voor het volk, en die kogel kwam van
links.
De onfortuinlijke, hij weet het al: hij leeft, geen
last van haaruitval
Zijn weg leidt hem naar vrijheid en zijn vrijheid is
een vogel
Als het zijn tijd is zal hij gaan, dan sterft hij
aan een hartaanval
Of aan de kanker maakt niet uit, alleen nooit aan
de kogel.