Tekst

Gedichten van anderen

Olympics in graffity city

Het ventje is van het soort 
Dat bij stoplichten windschermen staat te soppen.
" Eén kwartje," zegt ie tegen 
De dichter op het Leidsepleinterras 
En hij wijst op zijn kijkdoos.
'Weer eens wat anders,' denkt de dichter 
Na de gitaristen accordeonisten 
Een bejaard acrobaat 
Het draaiorgel en het éénpansorkest.
"Ja, laat maar kijken," zegt de dichter 
En hij scheurt de deksel van de schoenendoos.

Olympics in Graffity City. Ja...

De zwartleren baronnesse splijt 
haar bleke dochtertje met een paardenzweep.
Haar zoontje prikt met 
Een gebaksvork het dode paard 
De ogen uit.
De tram remt iets te laat. 
De afgerukte hand van de bedelaar 
Klemt nog aan het stuur van de Polo Coupé 
In de boeien van de sleepauto nagewuifd 
Door de sigarenbandjes van de hobbyist 
In ketelpak die toch maar is gaan zitten 
In de smeedijzeren punten van het hek 
Dat dankzij monumentenzorg 
Door taxifascisten kort 
En klein geslagen opvangt en och...
Hij draagt een spijkerhemd uit swinging Zweden.

Oplympics in Graffity City

De maagd graait schichtig naar het slipje 
Tussen de tanden van de pedofiel 
Knarsend grind 
En ijzeren beslagen skinheads Sieg Heilen 
bloeddoorlopen rond de driekleur die halfstok 
de vrede dient.
Kettingreacties van de motorduivels 
Hell's Angels die het verband niet zien 
Maar doorslaan op de open benen 
Van de travestiet gevallen van de tien 
meterplank toen zij zich bukte naar de Badedas.
Dan is de lucht van steen 
En als de stoet voorbij is glimmen 
De angstogen van het bankgebouw 
In de vlammen van de fakkels.

Olympics in Graffity City.

Brandend rubber is nog niets 
Vergeleken bij de stank 
Van het uitgedroogde speeksel 
In de mondhoek van de speedfreak 
Die vuur vreet en degens slikt.
De aan een boom gespijkerde tweeling 
Trekt de aandacht van een SM-vrouw 
Die de aandacht trekt van de schandknaap 
Die op zijn beurt weer de aandacht 
Trekt van wat headbangers. 
Duitse punks met gezichten 
Alsof zij het hebben uitgevonden 
Vertreden zich met wat Amsterdammertjes.

Het spelende ventje steekt 
Een gevonden voorwerp in zijn mond.
Het zoontje pakt een spiegeltje, een envelopje
En het ventje speelt niet meer.

Het ventje speelt niet meer.

Het ventje...

...En daarom dit gedicht.

Olpympics in Graffity City


Vrijwel alle klippen dienen omzeild 
Te worden door wildwaterzwemmers 
Die hun gedichten ijken om 
Gestaald en gespierd in rugklachtnummers 
Goud te delven en geen onderspit.

Spit

Spit

Spit

Spit.


Alle texten op deze site © Martin Beversluis 1990-
Website: Pepijn Lemmens, www.pepijnlemmens.com